Uit de oude doos: Alberto Ascari

Alberto Ascari, of de laatste Italiaanse glorie. Vooroorlogse ster Antonio Ascari was 36 jaar toen hij op 26 juli 1925 op het circuit van Montlhéry overkop vloog en stierf. Hij liet een vrouw en twee kinderen na. Een van die kinderen was Alberto Ascari, geboren op 13 juli 1918 en zeven jaar oud toen zijn vader verongelukte. Alberto ging dikwijls met zijn vader mee naar de races, en kreeg daardoor een passie voor de autosport. Toen Antonio crashte besloot Alberto Ascari ook een carrière uit te bouwen, te danken aan zijn vaders naam.

Oorspronkelijk was Ascari geïnteresseerd in motorraces. Hij liep tot tweemaal toe weg van school en kocht zich bij de eerste de beste gelegenheid een motor om mee te racen. Toch wist hij dat het dit niet was wat hij wou doen. Hij schreef zich met zijn neef in voor de Mille Miglia van 1940, kreeg een Ferrari T815 tot zijn beschikking en nadat hij een tijdje de race leidde had hij naam gemaakt.

Successen bleven niet lang uit. Op 27 juni 1948 won hij in zijn Maserati de Gran Premio di San Remo, een zege die hem een zitje bezorgde bij het team dat zijn vader zijn glorierijke periode bezorgde: Alfa Romeo. Hij werd derde in de Franse Grand Prix achter zijn teamgenoten Jean-Pierre Wimille en Consalvo Sanesi. Maar er was meer belangstelling voor de twee vrienden. Niemand minder dan Enzo Ferrari contacteerde hen na de Franse Grand Prix voor een zitje in zijn team. Beide Milanezen gingen akkoord, maar op voorwaarde dat ze het seizoen 1948 nog in een Alfa Romeo mochten afwerken.

Toen het seizoen 1949 begon namen ze op de voorlaatste dag van januari nog met hun Maserati 4CTL deel aan de race in Buenos Aires, welke ze ook wonnen. Op 3 juli 1949 won Ascari de Zwitserse Grand Prix in de wagen die hem wereldberoemd zou maken. Later op het jaar won Ascari ook nog de International Trophy in Silverstone, de Italiaans-Europese Grand Prix op Monza en, net als in het begin van het seizoen, de Juan Perón & Buenos Aires Grand Prix op Palermo, telkens met een Ferrari.

Toen voor het seizoen 1950 een heus wereldkampioenschap werd georganiseerd, besloten Villoresi en Ascari bij Ferrari te blijven. Ascari had het meeste succes, want op 15 januari won hij de niet-kampioenschapsrace in Mar del Plata. Toch ging Ferrari niet naar Silverstone voor het begin van het wereldkampioenschap Formule 1. In Monaco waren ze er wel bij, en bracht Ferrari’s eerste succes in de geschiedenis van de Formule 1. Villoresi moest wel opgeven, maar Ascari en Raymond Sommer haalden de finish wel, op een tweede en een vierde plaats maar met een ronde achterstand op winnaar Juan Manuel Fangio en Sommer werd zelfs op drie ronden gereden.

In Zwitserland vielen de drie wagens uit en Sommer stapte over naar het Franse team Talbot-Lago. Op Spa-Francorchamps haalden zowel Ascari als Villoresi de finish, maar de punten waren enkel voor Alberto. Beide coureurs reisden niet naar Reims-Gueux voor de Franse Grand Prix, maar hun nieuwe teamgenoot verdedigde de (toen nog) blauwe Ferrari-kleur met glans en werd derde op drie ronden. Op Monza kon de vreugde van de tifosi niet op toen Alberto Ascari als tweede over de finish kwam, maar het was wel een gedeelde zege met landgenoot Dorino Serafini nadat zijn motor het begeven had. Op 29 oktober sloot Ascari zijn seizoen winnend af, tijdens de Penya Rhin Grand Premio op het Spaanse circuit Pedralbes.

Ascari wisselde ondanks enkele aanbiedingen niet van team en startte het seizoen 1951 in een Ferrari 375. Op 22 april won hij de San Remo Grand Prix op Ospedaletti. Het Formule 1-seizoen begon voor Ascari met een zesde plaats in Zwitserland, net buiten de punten. In België werd hij tweede en in Frankrijk blokkeerde zijn versnellingsbak. Echter, het team gebood tweede rijder José Froilan Gonzalez zijn wagen af te staan aan de Italiaan, waardoor hij op een gedeelde tweede plaats eindigde. In Engeland blokkeerde zijn versnellingsbak opnieuw. Op de Nürnburgring boekte hij zijn eerste succes in de Formule 1.

Na twintig ronden kwam hij een halve minuut voor Fangio over de streep en nam daarmee zijn eerste Formule 1-zege uit zijn carrière. Dit herhaalde hij op zijn ‘thuiscircuit’ Monza, waar hij 44.6 seconden voor teamgenoot Gonzalez als eerste de tachtig ronden had afgelegd. In de afsluitende race, op 28 oktober in Pedralbes, werd hij vierde op twee ronden van Juan Manuel Fangio.

Ook in 1952 bleef hij bij Ferrari. De formule voor het racen was veranderd en deze kwam Ferrari en Ascari uitstekend te liggen. Met de Ferrari 500 won hij op 16 maart in Syracuse, op 14 april in Pau en dertien dagen later won hij ook in Marseille. Toch besloot Ascari niet naar Zwitserland af te reizen op 18 mei voor de opening van het Formule 1-kampioenschap. Wel domineerde hij, mede dankzij de afwezigheid van de bijna verongelukte Fangio, de rest van het seizoen.

Hij won opeenvolgend in Francorchamps, Rouen, Silverstone, op de Nürnburgring, in Saint Gaudens, Zandvoort, La Baule en Monza. Zijn grootste voorsprong aan de streep was een volledige ronde in zowel Frankrijk als Engeland. Ascari werd met zes zeges uit zeven races en 36 punten wereldkampioen Formule 1. Ook nam hij als eerste Europeaan deel aan de wereldberoemde Indy500 in Indianapolis. Op voorwaarde dat hij zich kon kwalificeren mocht hij zich inschrijven. Hij plaatste zijn Ferrari op de 19de startplaats, maar na veertig ronden moest hij naar de kant met een losgekomen wiel.

Ferrari domineerde het seizoen, en de eerste vier plaatsen in het eindklassement werden bezet door Alberto Ascari, Giuseppe Farina, Piero Taruffi en Rudi Fisher, allen coureurs van het steigerende paard. Luigi Villoresi eindigde met 8 punten op een achtste plaats.

Hij startte zijn seizoen in 1953 met een zege in Argentinië op 18 januari. Twee maanden later won hij in Pau en begin mei in Bordeaux. Met zijn zeges in Nederland en België zette hij een nog niet verbroken record neer, met voor de Formule 1 negen zeges op rij met uitzondering van de Indy500.

In Frankrijk werd hij verslagen door een nieuw opkomend komend talent, een Brits met de naam John Michael Hawthorn. In Silverstone won hij weer, maar in Duitsland begaf zijn motor het en werd hij gedeeld achtste, samen met boezemvriend Villoresi. In Zwitserland bezette Ferrari de eerste drie plaatsen, met Ascari, Farina en Hawthorn op 1-2-3. Tijdens laatste race, in Monza, maakte Ascari een foutje en crashte uit de race, zonder erge gevolgen. Alberto Ascari won het wereldkampioenschap met zeven punten voorsprong op Juan Manuel Fangio en acht punten voor teammaat Giuseppe Farina.

In 1954 ging het minder goed. Ascari stapte naar Maserati en miste de eerste twee races van het seizoen. Toen hij eindelijk weer meedeed, op 4 juli in Reims, begaf zijn transmissie het na de eerste ronde. Hij reed zijn motor stuk in Engeland en deed niet mee in Duitsland en Zwitserland. Eind augustus nam Enzo Ferrari, mede onder druk van partner Lancia, de Italiaan weer in dienst. In zijn thuisrace moest hij na 48 ronden opgeven met motorproblemen. In Spanje, de laatste race van het seizoen, bewees hij nog eens zijn kunnen door zich op pole positie te kwalificeren.

Ascari zette de snelste ronde neer, maar na 10 ronden haperde zijn koppeling en moest hij weeral opgeven. Hij werd 24ste in het kampioenschap met 1.14 punten, dankzij zijn snelste ronde in Spanje en een door zeven coureurs gedeeld punt voor de snelste ronde in Engeland. Toch had Ascari iets om terug te kijken in 1954. Hij won de Mille Miglia, de enige race dat hij dat seizoen zou winnen.

1955 startte stukken beter voor de Milanees. De Lancia D50 bleek erg competitief en op 27 maart won hij de Grand Prix van Torino op het circuit Parco Valentino. Iets meer als een maand later, op 8 mei, won hij de Grand Prix van Napels. Maar in het wereldkampioenschap Formule 1 ging het minder goed. Ascari crashte uit de Argentijnse Grand Prix begin januari. Op 22 mei reisde de Formule 1-paddock af naar het prinsdom Monaco, voor de Monegaskische Grand Prix in de nauwe straten. Ascari kwalificeerde zich als tweede achter Fangio.

Na tachtig ronden maakte hij tot de dag van vandaag waarschijnlijk de meest vreemde crash in de Formule 1 mee. Toen hij uit de Tabac-bocht kwam, begon hij te slippen over het gladde wegdek. Vermits er in de jaren ’50 nog geen vangrails waren, schoof Ascari tussen de havenpaaltjes door het water in. Gelukkig voor hem kon hij zijn veiligheidsgordel op tijd losmaken en zwom hij naar het oppervlak.

Toegesnelde toeschouwers hielpen hem uit het zeewater van de haven. Alberto Ascari werd naar het ziekenhuis overgebracht voor een onderzoek, maar mocht diezelfde dag nog naar huis.

Vier dagen later, op 26 mei, was hij aanwezig op een privétest van zijn vriend Villoresi op het circuit van Monza. Net voor hij naar huis terugging voor het middageten vroeg hij of hij de wagen eens mocht besturen. Die stemde in en Ascari reed in zijn polohemd en de helm van Villoresi het circuit op. Echter, het lot keerde zich tegen hem en na drie rondjes vloog hij tegen de aarden wal aan de buitenkant van wat nu de Variante Ascari is.

De wagen tolde en spinde en Ascari werd weggekatapulteerd. Door de snelheid schoof hij enkele honderden meters over het asfalt. De ziekenwagen was redelijk snel ter plaatse, maar zijn vele breuken en verwondingen werden hem fataal op weg naar het ziekenhuis.

Enzo Ferrari vertelde ooit eens: “Wanneer hij aan de leiding reed, dan kon je hem niet gemakkelijk inhalen. Eigenlijk was het virtueel onmogelijk om hem voorbij te gaan wanneer hij voor je reed.”

Ascari voelde zich het beste wanneer hij als eerste reed, en deed, in tegendeel tot al de andere coureurs, niet echt zijn best wanneer hij verder in het peloton zat. Een relaxte coureur was hij zeker niet. Met zijn mond open en zijn ogen gefocust op de weg leek het alsof hij beter zonder wagen verder zou gaan en dat zijn handen zijn stuurwiel als het ware manipuleerde.

Wanneer hij gehaast was ging hij als een gek door de bochten, in plaats van op een meer gecontroleerde manier. Wanneer je Alberto Ascari achter je kreeg was het echt een enerverende ervaring. De wetenschap dat hij naar een moment moest zoeken om je te passeren leek hem meer angst aan te jagen dan het racen zelf.

Zijn dood werd als een nationaal verlies aanschouwt. Er werden telegrammen vol met medeleven ontvangen van drie staatshoofden van vooraanstaande naties. Voor de grote pilaren van de San Carlo al Corso-kerk hingen grote spandoeken met in koeien van letters “Op de laatste rechte lijn, ontmoet, O God, de ziel van Alberto Ascari”

Zijn begrafenis op het Plazza del Duomo, in het centrum van Milaan, werd bijgewoond door duizenden mensen. Normaal was dit het meest luidruchtigste plein van heel Italië, maar op die dag “was het zo stil dat men de telefoons kon horen rinkelen, telefoons die niet werden beantwoord in de huizen langs de straten”

Drie dagen na de begrafenis maakte Lancia bekend dat ze voorgoed de racerij vaarwel zeiden. In juli werden zes Lancia D50-wagens, motoren, bouwplannen en reserve onderdelen overgedragen aan Ferrari.

Alberto Ascari was 36 jaar toen hij op 26 mei 1955 op het circuit van Monza overkop vloog en stierf. Hij liet een vrouw en twee kinderen na.

Alberto Ascari
Geboren op 13 juli 1918 in Milano, Italië. Gestorven op 26 mei 1955 in Monza, Italië.
Hij was 36 jaar, 10 maanden en 13 dagen.

Debuut in F1 : 21 mei 1950, Grand Prix van Monaco, Ferrari, tweede
1ste punten : 21 mei 1950, Grand Prix van Monaco, Ferrari, tweede
1ste podium : 21 mei 1950, Grand Prix van Monaco, Ferrari, tweede
1ste snelste ronde : 22 juni 1952, Grand Prix van België, Ferrari
1ste pole-positie : 29 juli 1951, Grand Prix van Duitsland, Ferrari
1ste overwinning : 29 juli 1951, Grand Prix van Duitsland, Ferrari

Teams : Ferrari (1950-1953), Maserati (1954), Lancia-Ferrari (1954-1955)

Debuutleeftijd : 31 jaar, 10 maanden, 8 dagen
Aantal Grand Prix’ : 32
Aantal WK-punten : 107.64
Aantal podiums : 17
Aantal overwinningen : 13
Aantal pole-positie’s : 14
Aantal eerste rijen: 25
Aantal snelste ronden : 12
Aantal wereldkampioenschappen : 2 (1952, 1953)
Aantal ronden : 1691
Aantal kilometer : 11108
Leeftijd laatste Grand Prix : 36 jaar, 10 maanden, 9 dagen

Grand Prix op koppositie
Aantal Grand Prix’ : 21
Aantal ronden : 926
Aantal kilometer : 5892

Overwinningen in de Formule 1
1951 : Duitsland, Italië
[I]1952 : België, Frankrijk, Engeland, Duitsland, Nederland, Italië[/I]
1953 : Argentinië, Nederland, België, Engeland, Zwitserland

WK-klasseringen
1950 : 11 punten, vijfde
1951 : 25 (3) punten, tweede
1952 : 36 (12.5) punten, wereldkampioen
1953 : 34.5 (12) punten, wereldkampioen
1954 : 1.14 punten, 24ste
1955 : geen punten, 27ste

De races van Alberto Ascari (jaar (nummer) race - team - kwalificatie - race)
1. 1950 (14) Monaco - Ferrari - 7 - 2
2. 1950 (18) Zwitserland - Ferrari - 5 - oliepomp (zeventiende)
3. 1950 ( 4) België - Ferrari - 7 - vijfde
4. 1950 (16) Italië - Ferrari - 2 - tweede
5. 1951 (20) Zwitserland - Ferrari - 7 - zesde
6. 1951 ( 8) België - Ferrari - 4 - tweede
7. 1951 (12) Frankrijk - Ferrari - 3 - tweede
8. 1951 (11) Engeland - Ferrari - 4 - versnellingsbak (vierde)
9. 1951 (71) Duitsland - Ferrari - 1 - eerste
10. 1951 ( 2) Italië - Ferrari - 3 - eerste
11. 1951 ( 2) Spanje - Ferrari - 1 - vierde
12. 1952 ( 12) Indianapolis - Ferrari - 19 - wiel
13. 1952 ( 4) België - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
14. 1952 ( 8) Frankrijk - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
15. 1952 ( 15) Engeland - Ferrari - 2 - eerste (snelste ronde)
16. 1952 (101) Duitsland - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
17. 1952 ( 2) Nederland - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
18. 1952 ( 12) Italië - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
19. 1953 ( 10) Argentinië - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
20. 1953 ( 2) Nederland - Ferrari - 1 - eerste
21. 1953 ( 10) België - Ferrari - 2 - eerste
22. 1953 ( 10) Frankrijk - Ferrari - 1 - vierde
23. 1953 ( 5) Engeland - Ferrari - 1 - eerste (snelste ronde)
24. 1953 ( 1) Duitsland - Ferrari - 1 - achtste (snelste ronde)
25. 1953 ( 46) Zwitserland - Ferrari - 2 - eerste (snelste ronde)
26. 1953 ( 4) Italië - Ferrari - 1 - crash
27. 1954 ( 10) Frankrijk - Maserati - 3 - transmissie (vijfde)
28. 1954 ( 31) Engeland - Maserati - 30 - motor (zeventiende) (snelste ronde)
29. 1954 ( 34) Italië - Ferrari - 2 - motor (eerste)
30. 1954 ( 34) Spanje - Lancia - 1 - koppeling (zeventiende) (snelste ronde)
31. 1955 ( 32) Argentinië - Lancia - 2 - crash (eerste)
32. 1955 ( 26) Monaco - Lancia - 2 - crash (tweede)

overzicht wereldkampioenschappen (Grand Prix’, zeges, podiums, poles, eerste rijen, snelste ronden)
1950 - 4,-,2,-,1,-
1952 - 7,2,4,2,5,-
1951 - 7,6,6,5,6,6
1953 - 8,5,5,6,8,4
1954 - 4,-,-,1,3,2
1955 - 2,-,-,-,2,-

Leestips :
Alberto Ascari: Italy’s Great Double Champion, Karl Ludvigsen & Mario Andretti, Haynes Group, Hardcover

Meer over

F1 merchandise

Een hele winkel vol F1 modellen en spullen tegen scherpe en interessante prijzen. Kom zeker eens kijken!

Wedden op Formule 1

GPticket.nl

4 daagse busreis naar de GP van Frankrijk, inclusief transfers, 3 nachten in Yurts, 2 diners, 1 BBQ en je ticket tickets voor slechts 479 euro per persoon! Dat kan enkel via GP Ticket. Bestel nu!