Het puntensysteem verklaard
Door Ramses Bossuyt, 26 December 2002
Omdat we volgend seizoen in de F1 een nieuw tijdperk intreden met het nieuwe puntensysteem, proberen we in deze feature het één en ander te verklaren omtrent het opzet van de FIA.
Naast de nieuwe vorm van kwalificatie op vrijdag en zaterdag, is het toekennen van meer punten per wedstrijd de meest opvallende verandering in de reglementen voor 2003.
In een vorige feature kon U al meer vernemen over de grootste wijzigingen die in 2003 gaan plaatsvinden : nl. ‘De nieuwe regels verklaard’.
Voor de eerste keer in de geschiedenis van de formule 1 worden acht piloten per wedstrijd beloond met punten. De winnaar gaat nog altijd 10 punten aan zijn conto kunnen bijvoegen, maar de tweede krijgt vanaf nu 8 punten, terwijl de derde 6 punten zal toegekend krijgt.
Verder krijgen zowel de vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste bij de finish, respectievelijk 5,4,3,2 en 1 punt.
Deze aanpassing aan het puntensysteem is revolutionair te noemen in de geschiedenis van de F1, maar is noodzakelijk geworden doordat de dusdanige betrouwbaarheid van de wagens en het competitiegebeuren tussen de teams onderling, enkel nog de drie sterkste teams in het spotlicht plaatst.
Het meest belangrijke gevolg van deze puntentoekenning is het feit dat ook de kleinere teams meer kans zien om punten te scoren. Toen in 1990 het puntensysteem ingevoerd werd, dat we tot op heden zagen toegepast worden, had niemand ooit durven denken dat een piloot in 17 races 17 maal op het podium zou staan. En toch realiseerde Michael Schumacher juist dat wat men nooit had verwacht.
Dat feit in rekening brengende, met het feit dat de drie top teams bijna het ganse seizoen de top zes posities bekleedden, heeft de FIA er toe aangezet het puntensysteem iets democratischer te maken.
Mocht het kampioenschap in 2002 gereden zijn met het nieuwe puntensysteem, dan hadden de eerste en laatste plaatsen hetzelfde gebleven, maar had het middenveld er toch enigszins anders uitgezien. Door de machtspositie van de drie teams, Ferrari, Williams en McLaren, eindigden teams zoals Renault, Sauber en Jordan veelal op plaatsen zeven en acht.
In 2002 zou vooral Sauber hebben kunnen profiteren van het feit dat ze vele malen zevende en achtste eindigden. Het verschil met Renault zou heel wat kleiner geweest zijn. Nick Heidfeld, piloot bij Sauber, ziet het nieuwe systeem wel zitten en ziet er een beloning in voor de teams die dikwijls vechten voor plaatsen zeven en acht, maar daar nooit voor beloond werden. Hun prestaties werden niet naar waarde geschat omdat er geen punten werden toegekend, en toch kostte het voor deze teams even veel moeite om een plaatsje te winnen zoals dat bij de topteams onderling plaatsvindt.
Onder het nieuwe systeem zijn er ook enkele piloten die tijdens het seizoen wel een exploot verrichten, zoals Eddie Irvine die in Monza op het podium terechtkwam, en Sato die in Japan in de punten belandde, maar voor de rest van het seizoen vrijwel onzichtbaar waren. Zij hadden met het nieuwe puntensysteem enkele plaatsen moeten toegeven aan piloten zoals Fisichella, Salo en Heidfeld, die een regelmatig seizoen reden.
De betrouwbaarheid van de wagen, maar zeer zeker ook van de piloot, is vanaf volgend seizoen een sleutel tot succes voor de jongens die het moeten uitvechten in de middenmoot.
Coureurs zoals Panis, Trulli en Sato, stuk voor stuk snelle mannen, maar vorig seizoen teveel opgaves door de onbetrouwbaarheid van hun wagen, worden met het nieuwe systeem nog verder naar achteren geslagen door de nieuwe puntentelling. 2002 zou er voor hen maw nog slechter hebben uitgezien, dan dat het nu al het geval was.
Het nieuw puntensysteem neemt de plaats in van het oude dat sinds 1991 in voege was. Maar daarvoor werd ook meer dan eens gesleuteld aan de puntenformule. In het begin van de jaren vijftig werden slechts vijf wagens beloond met punten, en kreeg men 8,6,4,3 en 2 punten. En daar bovenop kreeg de piloot die tijdens de race de snelste ronde liet neerzetten, ook nog een punt als beloning.
Na een tijdje werd duidelijk dat het puntensysteem de piloten beloonde die regelmatig het podium behaalden zonder te winnen, en dat diegenen die een zege behaalden niet echt beloond werden naar waarde bij de samentelling van de punten op het einde van het seizoen. Zo werd Mike Hawthorn in 1958 wereldkampioen met slechts 1 zege, terwijl Moss vier zeges behaalde en Brooks drie. Zo kwam men in 1961 tot een nieuwe formule van toekennen van punten : 9-6-4-3-2-1. Een puntenverdeling die standhield tot 1991.
Maar tijdens het grootste gedeelte van die periode telde maar een zeker percentage van de werkelijk behaalde punten voor het wereldkampioenschap. En werd betrouwbaarheid van de wagens niet echt beloond. Van 1980 tot 1987 besloot men dan ook alle punten toe te kennen die men ook werkelijk behaald had, omdat men niet echt voordeel haalde uit het feit dat men maar een bepaald percentage kon meerekenen van de punten die men behaalde.
In 1987 kwam het oude systeem echter weer in voege, en deze keer met een slechte afloop voor Alain Prost, die in 1988 het meeste aantal punten behaalde, maar toch zijn wereldtitel zag verdwijnen naar Ayrton Senna. Het systeem bestrafte dus het feit dat men met een betrouwbare wagen reed, en dat men regelmatig in de punten reed.
Vanaf 1991 stapte men dus af van het oude systeem, en besloot men degene die eerst finishte met een punt meer tevreden te stellen. Vanaf dan gold het systeem; 10-6-4-3-2-1.
De winnaar van GP’s kon op die manier duidelijk meer afstand nemen van zijn achtervolgers in de puntenverrekening.
Vanaf 2003, gaat men echter terug de piloten en renstallen belonen die races uitrijden, en daarmee eventueel kunnen naderen in de puntenstand, op een regelmatige winnaar van races die ook al eens makkelijk uitvalt vanwege een crash, stuurfout of onbetrouwbaarheid van zijn bolide.
Mocht het nieuwe systeem, met 10-8-6-5-4-3-2-1, de laatste 10 jaar in voege zijn geweest, hadden verscheidene kampioenschappen er anders uitgezien. Zo had Damon Hill in 1994 wereldkampioen geworden ipv Schumacher, en was Schumacher in 1997 kampioen geworden ten nadele van Villeneuve. Maar meest verrassend is het feit dat Eddie Irvine in 1999 kampioen zou zijn geworden, mocht hij kunnen hebben profiteren van het nieuwe puntensysteem, ten koste van Mika Häkkinen.
Het seizoen 2003 biedt zich erg spannend aan, en de nieuwe regels zorgen ervoor dat we vol ongeduld zitten te wachten op die eerste Grand Prix in Australiė.
F1 merchandise
Een hele winkel vol F1 modellen en spullen tegen scherpe en interessante prijzen. Kom zeker eens kijken!

