Magic - deel 2
Door Daan Vanhamme, 27 August 2003
Op 19 december 1983 komt hij in de fabriek van Toleman aan. Ayrton is daar in het gezelschap van onder andere Paul Hawkridge, Teddy Toleman en hun advocaten. Senna heeft zijn vertrek naar Brazilië met een week uitgesteld om zijn contract te kunnen tekenen. Hawkridge had de advocaten de opdracht gegeven om alles tot in het kleinste detail op te stellen. Hij wist immers dat Ayrton Senna die ook nakeek. Het was een contract voor 3 jaar, in het algemeen tamelijk lang voor een debutant. Maar Senna had toch een achterpoortje gevonden. Hij had een ontsnappingsclausule laten meerekenen, zodat hij met een grote afkoopsom bij een ander team kon gaan rijden.
Zijn keuze voor Toleman heeft hij nooit nadelig gevonden. “Toen was Toleman ongetwijfeld de beste keuze. Met het team kon ik rustig kennis maken met de Formule 1-wereld,” verklaarde hij later. Omdat het team een blanco palmares had, was er voor de debuterende
Senna geen enkele druk om resultaten neer te zetten. Hoewel, nog voor het seizoen waren veel mensen al overtuigd dat deze jonge Braziliaan een uniek talent is. Peter Warr, teambaas van Lotus, verklaarde het volgende: “Het is niet de vraag of Senna ooit wereldkampioen wordt. De vraag is wanneer hij dat wordt.” Ook Brabham-teambaas Bernie Ecclestone ziet Senna als een toekomstig kampioen. Ecclestone zelf begint ondertussen meer en meer de macht te grijpen in de Formule 1. Hij en Senna zullen elkaar ooit goed verstaan, maar echt vrienden zullen ze niet worden. Martin Brundle van zijn kant vindt onderdak bij het Engelse Tyrrell Ford, evenals Stefan Bellof.
Op 25 maart begint het wereldkampioenschap in zijn thuisland Brazilië. Senna heeft de Venezolaan Alberto “Johnny” Cecotto als teammaat gekregen. In de kwalificatie doet Senna het verre van slecht, en start één plaatsje voor Cecotto. In de race blokkeert echter zijn turbo en na acht ronden moet hij al opgeven. De volgende race, in Zuid Afrika, gaat het veel beter. Hij kwalificeert zich als 13de en na 72 ronden komt hij als zesde over de streep, een ronde voor de Lotus van Elio de Angelis maar wel op drie ronden van de winnende McLaren van Niki Lauda. Niet erg, Senna heeft zijn eerste puntje te pakken. Hij herhaald die prestatie in het Belgische Zolder, maar hij start wel als 19de en drie plaatsen achter zijn teamgenoot. Dit zal in de toekomst eerder een uitzondering zijn dan een regel. Het Italiaanse Imola wordt het slechtste weekend van Senna. Na een ruzie met de bandenfabrikant Michelin weet hij zich niet eens te kwalificeren. In Frankrijk lukt het hem wel, maar weer laat zijn turbo hem in de steek. Dan reist het evenement op 3 juni naar het prinsdom Monaco.
Senna kende Monaco niet. Nog nooit van gehoord, nog nooit gezien. Als hij op woensdag in de paddock aankomt, stapt hij bij wijze van kennismaking het circuit af. Het begint bij Saint Dévote, waar tijdens de startcrash van 1980 Derek Daly met zijn Tyrrell over allen heen vloog. Dan de beklimming naar het Casino, rondom het rondpunt en weer naar beneden, via Loews naar Portier. Naar rechts de tunnel in, op weg naar de chicane dat Lorenzo Bandini het leven kostte. Richting Tabac, waar in 1950 negen wagens op elkaar reden door een plotselinge zondvloed. Rond La Piscine, waar Alberto Ascari in 1955 de zee inreed. Rond La Rascasse, waar de cafégangers de bolides op twee meter van hun stoel zien langsgaan. Virage Anthony Noghès, waar Jack Brabham in de laatste ronde van
1970 de leiding verspeelde door alsnog in de muur te rijden. Zo, Senna had Monaco leren kennen. Nu nog op vier wielen, en inhalen is zo goed als onmogelijk.
Op zondag regent het pijpenstelen. Senna kwalificeerde zich op een mooie 13de plaats, helemaal niet slecht voor een debuterend coureur in Monaco. Bij de start staan er geen 12 maar amper 11 bolides voor hem, Andrea de Cesaris heeft zichzelf al uitgeschakeld. Beide Renault-coureurs Warwick en Tambay elimineren elkaar. Vooraan vecht Mansell met Alain Prost voor de leiding. Het gevecht wordt gewonnen in de elfde ronde door Nigel Mansell in de zwartgouden JPS Lotus. En Senna gaat ondertussen rustig door. Hij passeert grote namen als Alboreto, Piquet, Arnoux, Rosberg en Lauda. Na ongeveer 11 ronden ligt hij op een derde plaats.
Tot ronde 15. Leider Nigel Mansell rijdt over de witte lijnen op de beklimming van Mirabeau. Eerste les van Jackie Stewart: rij nooit op een witte lijn in de regen. Mansell schuift tegen de vangrail zijn achtervleugel scheef, en gaat op een slakkengangetje naar de pits. Prost gaat hem voorbij, en een beetje later ook Senna. En het blijft maar regenen. Na 20 ronden heeft Senna ongeveer 30 seconden achterstand. Na 25 ronden zijn het er nog amper 16 seconden. 28 ronden, en de achterstand bedraagt nu nog slechts 11 seconden. Twee ronden later komt hij zeven seconden achter Prost voorbij de pits. Als hij uit de tunnel komt heeft hij Prost in zijn vizier. Te laat. Als ze weer langs startfinish passeren vlagt wedstrijdleider Jacky Ickx de race af, na 31 van de 78 ronden. “Ik heb naar eer en geweten gehandeld. Het werd gewoon te gevaarlijk op het circuit,” zal de Belg jaren standhouden. Op het podium een lachende Alain Prost, tweede een diep teleurgestelde, lijkbleke Senna. Normaal gezien zou een debutant die tweede eindigt, en in Monaco dan nog, dolgelukkig moeten zijn. Maar niet Ayrton Senna. Een tweede plaats zag hij als minderwaardig, net zoals hij dat al vond toen hij kart reed, Formule Ford en Formule 3. Hij zal altijd volhouden dat hij toen de rechtvaardige winnaar was, en als Ickx toen niet had afgevlagd was hij Prost voorbijgegaan en ver achter zich gelaten. Toch gaf hij vele jaren later toe dat ook hij van de weg had kunnen spinnen, net zoals vele andere coureurs die dag.
Maar dit getuigd van het enorme zelfvertrouwen dat Senna had. En net dat maakt hem zo’n succesvol coureur. Al vanaf de allereerste race was het duidelijk dat Senna een harde werker was, die zich uitsloofde om zijn doel te bereiken.
Zelfs nu nog houdt zijn toenmalig teamgenoot Cecotto vol dat Ayrton een voorkeursbehandeling kreeg van het team. Senna kleineerde hem zowat met zijn prestaties, zowel in de kwalificatie als in de race. Maar het was wel duidelijk dat Senna de toekomst was, en niet de ex-motorkampioen. En na zijn zware crash in Brands Hatch dat seizoen verklaarde Cecotto dat zijn gezondheid niet de minste aandacht trok van Ayrton Senna. “Voor hij bij Toleman aankwam konden we het goed met elkaar vinden, we reisden zelfs af en toe met elkaar. Maar vanaf het moment dat het kampioenschap begon werd hij veel koeler. Ik was zijn belangrijkste tegenstander geworden. Hij kwam mij zelfs niet bezoeken in het ziekenhuis na mijn zware crash. Hij was een van de weinigen die dat deed, en ik heb die reactie nooit begrepen.”
Senna zei daar nooit iets over. Cecotto was een voorbeeld dat het gevaar in elke bocht schuilgaat, en dat was iets dat Senna wou vermijden. Niettegenstaande dat hij bekend stond als een durver, iemand die geen gevaar schuwde, en werd zelfs gevaarlijk genoemd. Ayrton Senna wou zich in een eenzitter geen pijn doen. Hij ontkende altijd dat hij gevaarlijk was. Hij aanvaardde het risico, maar heeft het nooit onderschat.
In de volgende 10 races haalt Senna nog amper drie keer de finish: een 7de plaats in Canada een tweemaal een derde plaats in Brands Hatch en Estoril. In Italië wordt hij zelfs vervangen door de Zweed Stefan Johansson. Uiteindelijk wordt hij 9de in het kampioenschap met 13 punten.
Naast de Formule 1-races reed Senna één race met de touringwagens, de 1000km van de Nürnburgring in 1984, en dan nog met de Porshe 956. Zijn teamgenoot bij die race was de Fransman Henri Pescarolo, die zich het volgende herinnert: “ Hij kwam, reed een rondje maar liefst vier seconden sneller dan ik en stapte weg met de woorden: ‘dit is te zwaar, het gaat niet vooruit, geen enkele interesse…’ Gewoon niet te geloven.””
Op het einde van het seizoen staan zowat alle teams in rij voor de Braziliaan. Dat hij weg wilt bij Toleman is duidelijk. Hij maakt handig gebruik van de clausule in
zijn contract en verhuist naar Lotus. Toleman spant een rechtszaak tegen Senna in, maar trekt die snel terug omdat ze het nut er niet van inzien om een coureur tegen zijn zin bij het team te houden. De Lotus is geen topper meer, maar wel stukken beter dan de Toleman, waardoor Senna zijn volle potentieel kan benutten. Vanaf de eerste tests overtrof hij zijn nieuwe teamgenoot Elio de Angelis en begon zijn jacht op de pole posities. Vanaf dat moment en zijn laatste race haalt hij op 146 races maar liefst 65 pole posities. Het is toen dat zijn tegenstanders schrik kregen om met hem te duelleren, om hem aan te vallen. Meestal gingen ze aan de kant staan toen ze in hun spiegels de zwart gele JPS Lotus Renault zagen aanstormen. Ze hadden al snel begrepen dat ze beter opzij gingen dat een crash of een botsing te riskeren in een poging de Braziliaanse knaap voor te blijven. “ In de Formule 1 mag men geen minste zwakheid tonen, anders is je carrière snel gedaan,” zei Senna dikwijls. Voor Senna was een pole positie het toppunt van racen, de ultieme ronde dat het bewijs was tussen haast de volmaakte osmose tussen de coureur en zijn bolide. En daarnaast dwong hij enorm veel respect af. Er was zo goed als geen enkele coureur die waagde om Senna uit te dagen, en deed hij dat toch dan riskeerde hij ofwel een stevige crash ofwel de woede van de Braziliaan. Een goed voorbeeld is de Ierse debutant Eddie Irvine in 1993. Martin Brundle getuigt: “Ik had nog nooit een coureur gekend die in staat was de punten van een tweede plaats op te geven omdat het in zijn ogen geen enkele waarde had in vergelijking met een duidelijke en zuivere zege.” Zo maakt men ongetwijfeld naam in deze harde wereld.
F1 merchandise
Een hele winkel vol F1 modellen en spullen tegen scherpe en interessante prijzen. Kom zeker eens kijken!
